Schrijven: Mediteren in Zuid-Korea

Zuid Korea, augustus 2015 – Met zin in het onbekende pak ik ’s ochtends voor vertrek mijn rugzak. Even daarna zit ik in de vliegtuigstoel waar ik nog 11 uur zal zitten op weg naar het zenklooster in Zuid-Korea. Het vliegtuig wacht nog op een teken om op te stijgen. Ik heb een onbestemd gevoel. Waar ben ik naar op weg?

Flarden van verlangens en onaangeroerde plannen stellen vragen. Steken vragend de kop op. Wat wil ik? Waarom ga ik 4 weken op retraite? Waarom kom ik daarna terug? En ondertussen kijk ik naar de details om me heen. Het draaiklipje dat het klaptafeltje klemt tegen de rugleuning van de stoel voor me. De geplastificeerde veiligheidsinstructies. Kalm en rustig.
Mijn eerste nacht in Korea breng ik door in een motel in een miljoenenstad die niemand kent. Ik sta te kijken naar de fel verlichte neonstraten. Ik voel mijn ongeloof ten opzichte van filmbeelden uit Aziatische steden verdwijnen. Het ziet er hier daadwerkelijk uit als in een film. Overal knipperen complex geschakeerde reclameborden. De ochtend daarna kom ik per taxi aan bij het klooster waar ik mee zal doen aan de zomerretraite.

De tempel
Groene heuvels met loof- en naaldbomen. Een bergbeekje dat uitmondt in een groot waterreservoir. Tegen de helling op staan tempelgebouwen. Rood en veelkleurig, met draken en voorstellingen van zen verhalen. Ik word heel vriendelijk ontvangen door de hoofdmonnik. Als ik het tempelkantoortje binnenstap hoor ik hem zeggen dat hij nog een ‘Dutch guy’ verwacht. ‘Here he is!’, geef ik hem als het ware ten antwoord terwijl we elkaar lachend de hand schudden.
De Tsjechische hoofdmonnik wijst me de weg in het tempelcomplex. Het onbestemde gevoel van de vorige dag is al verdwenen. Nu moet ik focussen op de uitleg van de ietwat complexe maaltijdrituelen. Samen met drie Koreaanse vrouwen krijgen we uitleg voor nieuwkomers van de hoofdmonnik. Kort daarna begint de eerste meditatie van deze sesshinmaand in de grote zendo met geel linoleum op de vloer. Bestemming bereikt.
Na een dag en nacht duizenden kilometers te hebben gereisd met de trein, vliegtuig, bus en taxi zit ik ineens stil. In mijn hoofd beweegt alles nog door en voor ik het weet is de laatste meditatieperiode van de dag al voorbij. Samen met mijn Zweedse kamergenoot keer ik terug naar de herenslaapzaal. Ik val snel in slaap maar word die nacht nog verschillende keren wakker. De tempelhond ligt onder ons raam. Overdag is het een lief dier. Pikzwart is ze en ’s nachts maakt ze een hels kabaal. Ze noemen haar Mara.

Buigen in de nacht
Om drie uur in de ochtend klinken twee zingende stemmen en harde tikken op een stuk hout. De stemmen cirkelen om ons gebouw heen en ze sluiten het gezang af met een snel ritmisch tikken. Later kom ik erachter dat een Russische novice non en monnik deze wekdienst verzorgen. Voor mij blijkt het een behoorlijke oefening te zijn om hiermee wakker te worden. De Russische novice non zingt zuiver, maar de monnik zingt daar krassende en onsamenhangende tonen doorheen. Om drie uur ’s nachts geeft dit me een alles behalve uitnodigend signaal om op te staan. Samen met Mara de hond maakt deze wekdienst het slapen de eerste week tot een behoorlijke uitdaging.
Toch lukt het iedere dag om op tijd in de zendo te zijn voor de 108 buigingen. We proberen in zo gelijk mogelijk tempo alle buigingen te voltooien. Het zweet druipt van mijn voorhoofd en over mijn rug. Het is diep in de nacht maar nog steeds is de lucht vochtig en warm. Dan een kwartier adempauze, water drinken en door naar de bovenste tempel om drie kwartier sutra’s te zingen. Dan weer tien minuten adempauze en mediteren, ritueel eten, werken in de moestuin, thee, mediteren, lunchen, lezen, mediteren, eten, zingen, mediteren en slapen totdat Mara begint te blaffen en de Russen beginnen te zingen.
Zo sluit ieder dagdeel naadloos op het volgende aan. Voor ik het weet is de eerste week voorbij. En dan komt de verrassing. De dynamiek van een weeksesshin kende ik vrij goed van Zen.nl sesshins. Maar een maand mediteren was echt onbekend terrein, laat staan in deze onbekende omgeving. Dat zag ik nu pas, op de zaterdag, wanneer ik anders afscheid zou nemen van de andere sesshingangers. Nu kwam daar echter het volle besef dat dit nog drie keer zo lang ging duren. Uur na uur, dag na dag en week na week.

De trein in het dal
Enkele dagen lang komt dit besef tijdens de gemediteerde uren steeds weer op. Dan hoor ik nog duidelijker hoe in het dal met regelmaat een trein voorbijgaat. Vaak gaan mijn gedachten mee. Ik maak voorstellingen over hoe het zou zijn om daarin mee te rijden. Rustig kijkend uit het raam zonder de voortdurende druk van een ruim achttien uur durend dagschema. Mijn fantasie over de trein wordt haast onverdraaglijk als de daaropvolgende gedachte me bewust maakt dat ik halverwege het dagschema onbeweeglijk in meditatiehouding zit. Deze gedachten herhalen zich vele malen gedurende verschillende mediatieperioden. Volkomen onnuttig, maar zo gaat het. Totdat mijn frustratie een plotselinge bloei doormaakt.
Ineens besef ik dat ik alleen rustig in de trein zal kunnen zitten wanneer ik mijn retraite naar voldoening voltooi. Wanneer ik nu met volle aandacht hier zit. Het vertrek is van geen betekenis, zal geen bevrijding zijn wanneer het me nu niet lukt om hier te zijn. Weggaan kan alleen als ik kan blijven en plotseling verdwijnen mijn fantasieën over de trein. Mijn benarde meditatiehouding blijkt ineens geen hindernis voor mijn vertrek maar juist een onderdeel daarvan. Begrenzing en bevrijding zijn eventjes een en vaak word ik hieraan herinnerd als de trein in het dal voorbijkomt.
De meditatieperioden worden telkens rustiger, in mijn geest zijn telkens minder omzwervingen. De teisho’s van de zenmeester wijzen me erop dat het denken kan worden losgelaten. Ik lees in een boek dat de grote zenmeester Dogen de meditatiehouding als de essentie van verlichting beschouwt. Ik focus me op het zitten. Op het tellen van de ademhaling. Op het lichaam. Telkens en zo snel mogelijk laat ik afleidende gedachten los. Ik keer terug naar mijn adem en ervaar in de stilte tussen het tellen dat daar geen plaats is voor gedachten.
Dan ‘s ochtends tijdens de werkperioden weer het grote contrast met de stilte. Met de praatgrage Amerikaanse dame die de leiding heeft in de moestuin spreek ik over de internationale politiek, groenten, onkruid en insecten. Een week later wordt zij er door de hoofdmonnik opnieuw op gewezen dat dit een stilteretraite is en dat ze boven in het tempelcomplex te horen is. Ze belooft opnieuw beterschap en zegt dat ze het praten niet kan laten. Ik vind het wel gezellig en de dagen daarna kletsen we op halfzachte toon verder. De monniken nemen de regels serieus, maar niet al te nauw. In een rede van de zenmeester wordt het verschil met het strenge regime in Japanse kloosters naar voren gebracht. Een Japanse monnik die in het klooster te gast is stelt dat ze in Japan ook geritualiseerd tanden poetsen. Wat een vrijheid hebben we hier, bedenk ik me. Even later vechten de Russische non en ik een duel met onze paraplu’s en bij de lunch eten we heel informeel pizza’s, gedoneerd door iemand uit het dorp.

Plannen maken
En opnieuw het mediteren. Het eindeloze zitten. Loopmeditatie tijdens de middaguren in de zinderende hitte. We schuifelen op de galerij rondom de zendo op plastic slippers. Telkens weer proberen iedere gedachte geen wortel te laten schieten in mijn geest. De beelden en woorden voor te zijn voordat ze zich vast grijpen in mijn bewustzijn. Hier zijn. En dan toch ineens weer een of andere herinnering die me in al zijn kracht in zijn greep neemt. Opnieuw een reeks gedachten die ik al tientallen malen aan me voorbij heb laten gaan. Maar het is anders nu, na ruim twee weken mediteren. Mijn bewustzijn is sneller en laat zich niet vangen. Ineens zie ik iets wat ik voorgaande keren niet zag, wat nog voorafging aan de keten van herinneringen. En daar ligt de clou. Een van mijn grootste frustraties, mijn oerbubbel, lost op. Het duizelt me en een geweldige kracht en energie stromen door mijn lichaam. Ik voel me een raket die kort na zijn lancering loskomt van de grond.
Dan breekt de laatste week aan. Het kost me de grootste moeite om niet de hele dag te denken aan wat ik na de sesshin in Seoul zal doen. En wat daarna bij thuiskomst in Nederland. Als ik mijn vriendin weer zie. Ik besluit het mezelf te gunnen om alvast plannen te maken. Ik vraag mijn smartphone terug van de hoofdmonnik en log in op de wifi van het kloosterkantoor. Met uitzicht over het dal boek ik een hostel in Seoul. Verder een dagtour naar de Noord-Koreaanse grens en een ticket voor de hoge snelheidstrein.
Met enthousiaste verwondering besef ik me dat een maand lang sesshin is afgerond. Zenmeester Dae Bong nodigt me uit op de thee en we wisselen cadeautjes uit. Zaterdagochtend neem ik afscheid van de Russische non en monnik, de Amerikaanse dame en de mede-kloosterlingen. Vol warmte, plezier en succeswensen.


De trein in het dal
Als ik in de trein zit kijk ik uit het raam naar de voorbijsnellende landschappen. Huizen, bomen en ook ineens Christelijke kerken die hier heel anders zijn. Ik herinner me hoe ik op mijn meditatiekussen verlangde naar dit moment in de trein. En nu merk ik hoe ik nu alweer vol verwachting uitkijk naar mijn aankomst in Seoul. Maar er is meer gelatenheid in me. De drang om uit dit moment te ontsnappen naar een beter en fijner moment in de toekomst klinkt meer dan voorheen als een achtergrondstem.
Zo wandel ik in de hoofdstad door het grandioze Leeum Samsung museum voor moderne kunst, bezoek op een uur rijden de gedemilitariseerde zone tussen Noord- en Zuid-Korea en keer terug naar Nederland. En hier blijft dat korte moment waarin de bodem onder mijn emoties wegviel mij onverminderd inspireren. Wordt vervolgd.